8 juli 2008
1 maart 2008
19 februari 2008
In, spin…
Ha, chatten!! Lekker makkelijk weekje. Daar staat tegenover dat dit:
Supersaaaie
Sorry supersaaie pOsting wordt
zij: hallo?
ik: ik bedoel: het gaat nerg
zij: wat wou je zeggen?;)
ik: nrgens over!
En de spelfouten vliegen om je oren, als snowboarders langs een beginnende skieër op een zwarte piste. Je krijgt vaak niet eens de tijd ze (de spelfouten natuurlijk) te verbeteren.
Chatten is een volstrekt wezenloze bezigheid, maar het gekke is dat je desondanks geknakt en gesloopt het strijdperk verlaat. Mits een beetje op tempo gechat natuurlijk. Want erger dan razendsnel kletsschrijven (wat je ALTIJD verliest van iemand die jonger is dan, zeg, 25), is kletsschrijven met iemand die denkt dat chatten mailen on-line is: wachten, wachten, zucht – wachten.
Omdat dit een nog ergere turbo-rubriek is dan de vorige -ik krijg eelt op mijn ziel- zal ik een lijstje maken met voor- en nadelen:
Voordelen:
Handig als je op een zoekprobleem stuit en je kunt overleggen met de universitaire chatlijn. Het voordeel boven een gewoon telefoongesprek (waarin je rustig een ander kunt laten uitpraten en aan stembuiging merkt hoe iets bedoeld is, zodat je niet van die achterlijke emoticons nodig hebt) is namelijk dat zij-van-de-chatlijn je schriftelijk links kunnen doorgeven. Voor zover ik kan overzien is dit toch echt het enige voordeel.
O nee nog een: je gaat er ontzettend snel van typen! En het kan onbedoeld hele grappige conversaties opleveren. Ik heb de weerslag van een chat van mij met Spoetnik herlezen en heb er -achteraf natuurlijk, toen ik bezig was had ik nergens oog of oor voor vanwege de moordende snelheid- veel plezier om gehad.
Nadelen:
Het kost gewoon teveel tijd en, opnieuw: waarom zou je?
Ik sta verbaasd. Ik weet nog steeds zeker dat chatten volkomen flauwekul is, maar mooi dat ik 3 voordelen heb en maar 1 nadeel.
18 februari 2008
RSS?
Geheel afgezien van het feit dat het me natuurlijk weer eens niet lukt om die RSS symbooltjes op mijn blog weergegeven te krijgen, heb ik zo mijn bedenkingen bij dit handigheidje van de dames en heren van de WWW.
Het komt denk ik door een ervaring in Amsterdam op nieuwjaarsnacht van twintig jaar geleden.
Al enkele jaren had ik geen Oud en Nieuw gevierd in de stad. Ofwel door vakantie, ofwel door uitnodigingen in de provincie. Niet dat dat erg was, integendeel, maar er ging toch iets knagen. Oud en Nieuw vieren, écht vieren, doe je met zoveel mogelijk mensen tegelijk in een bruisende omgeving waar alles nieuw en hip is, waar iedereen komt en gaat en waar het geknal van de champagnekurken dat van het vuurwerk overstemt. Vrolijkheid zonder gevolgen, zeg maar. Wervelstorm-pret.
Vol goede moed begon ik in de Spuistraat, waar ik toen woonde, rond tienen te zoeken naar de drukste plek in de stad, om in het oog van de tornado te wachten op twaalf uur en wat twaalf uur verder zou brengen. Ik snelwandelde van Dam naar Nieuwmarkt, van Spui naar Leidseplein en Rembrandplein, terug naar de Dam en opnieuw het rondje maar dan via andere wegen. Nergens was het druk genoeg, nergens heerste de Trafalgar square-sfeer, nergens wou ik blijven. Om 4 uur in de ochtend, toen haast iedereen sliep en er zo nu en dan alleen nog wat rauw gegrom opklonk van een half-bewusteloze dronkaard, bereikte ik ontgoocheld mijn huis. Geen slok gedronken, geen mens gesproken, alleen vaag wat vuurwerk gehoord, verder niks. Sinds die nacht blijf ik met Oud en Nieuw binnen.
De nerveuze angst om iets te missen waarvan je niet eens precies weet wat dat dan is, zie ik in de symbooltjes van de RSS. Ze stralen angst uit.
En waarom moet het toch? Met ’s ochtends de radio en ’s avonds de krant en op regelmatige tijden de RTL Boulevard weet je toch wel genoeg voor 1 dag? Zijn er soms mensen die de krant nog helemaal uitlezen? En die dan denken: ik mis nog wat, ik heb nog tijd over, laat ik eens mijn RSSjes checken?
Mag een mens dan nooit meer even informatieloos bestaan, uitgelogd zijn, op een buitenverblijf uitrusten en de dieren voeden? Of gewoon aan het werk zijn?
Ik hèb al stapels ongelezen boeken en kranten die me vanaf de keukentafel, vanuit de vensterbank en van-naast het bed soms een knorrige blik toewerpen. Maar jengelen om aandacht, zoals dat heftige ADHD-ikoontje, doen ze gelukkig niet.
13 februari 2008
Bloggen na de dood
Het kan echt!
Een tekst schrijven is natuurlijk onmogelijk, want je bent dood en je hoofd en je vingers doen het dan niet meer. Maar een foto van jezelf vanuit je graf versturen, of zelfs een filmpje: volgens mij is het te doen.
Ik kwam hierop toen ik de foto voor mijn zogenaamde Avatar in elkaar aan het knutselen was*1: het enige wat je nodig hebt is een laptop met een webcam en een handlanger. De handlanger kan van vlees en bloed zijn (wel zo gemakkelijk) maar mag ook een eenvoudig te fabriceren tijdklok-gestuurd drukmechanisme zijn. Ik ga het uitleggen.
Mise en place: Je klapt je laptop geheel open en bevestigt hem in het deksel van de kist waar je later in begraven zult worden: goed opletten dat de camera precies op je gezicht is gericht! Dit is even prutsen, je moet het een paar keer oefenen en de laptop moet natuurlijk muurvast bevestigd worden zodat er niets meer gaat schuiven. Het beste is om dit te oefenen op de plek waar je graf komt. Kies hiervoor een plaats dicht bij het begraafplaatswachtershuisje, want daar zijn stopcontacten! Mochten er kiezelsteentjes naast je graf liggen, leg daar dan iets met een egaal oppervlakte neer, bijvoorbeeld een stoeptegel.
Goed. Je hebt de camera op je gezicht gericht. Beweeg nu de muis naar het ikoontje voor het maken van een foto of het opslaan van het filmpje*2 . Plaats de muis op de stoeptegel en markeer met slachtofferkrijt de exacte foto/filmpje-aanklikstand van de muis. Dit is een heel precies werkje!
Zorg met RSS voor een update-systeem op je weblog*3. En ik denk dat je ook een programmaatje moet schrijven om nieuw aangekomen foto’s daarin op te nemen. En eigenlijk ook om aangeklikte foto’s automatisch zo te bewaren dat het update-systeem ze kan herkennen.
Als het bijna zover is: Afhankelijk van je vrienden- en/of kennisenkring kies je nu voor het tijdkloksysteem of een menselijke handlanger. Als je voor het eerste kiest, moet je een contactdoosje aanschaffen waar zowel de stekker van je laptop als die van de tijdklok in passen. Een haspel heb je sowieso nodig, want de afstand tussen graf en bewakershuisje is altijd wel meer dan 10 meter. Je kunt vantevoren afspreken om een geultje voor het snoer te graven, wel zo vriendelijk. En bedenk of je elk uur wilt laten klikken of elke dag, elke maand… *4
Het echte werk: Het aardige is dat je nu niet veel meer hoeft te doen. Rustig de laatste adem uitblazen, je in de kist laten zakken en afwachten (?) wat er gaat gebeuren.
12 februari 2008
Tekst of beeld?
Tekst of beeld was de titel van mijn eerste verhaal op dit blog. Was.Want gisteren is mijn bericht (bestaande uit een hele pagina tekst, inclusief foto en filmpje) de virtuele kosmos ingevlogen -begeleid door de holle lach van een valse meneer WordPress.
Meneer WordPress hàd me al twee dagen lang getergd met uitspraken als U bent op zoek naar iets wat niet bestaat op momenten waarop ik me niet bewust was dat ik überhaupt iets zocht. Zou hij mijn leven in het algemeen kenschetsen? Wat later schamperde hij dat ik met iets van meer gewicht op de proppen moest komen, toen ik probeeerde een -inderdaad onbenullig- filmpje te downloaden. In de loop van de maandag werd ik steeds banger voor meneer W. Nerveus controleerde ik elke komma en punt, bewerkte de tekst opnieuw als er iets mis was (Ja heus met Bewaar en ga door), maar het mocht allemaal niet baten: aan het einde van de dag veegde W. met één minachtende armwzaai al mijn werk van die dag van het scherm. Misselijke vent.Maar ik geef niet op. Op aanraden van Loek tik ik nu al mijn tekst in Word. Dat kan je namelijk opslaan en weer terugvinden. Ha!En ik ga door met bloggen. Niet alleen na deze cursus, maar ook daarna. Ook als ik niet meer op de UBA werk, zelfs tot na mijn werkzame leven, nee: tot na de dood! Hoe ik dat voor elkaar ga krijgen vertel ik later. Het heeft iets te maken met een laptop met ingebouwde camera. En een handlanger.[en hier komt geen plaatje want W. vindt dat mijn foto niet aan de veiligheidsrichtlijnen voldoet. Wat nu weer.]

